Copywriter
18 jul 2026

Goed, dus mijn woonkamer stond vol met zakken kleding, mijn keukentafel lag vol met een geleefd leven, en mijn hoofd zat overvol… met alles.
Met alles dat er op me af kwam razen sinds mijn moeder mij belde met die ene zin: “Ik heb nog twee dagen bij bewustzijn en dan is het afgelopen.” Ze lag al een week in het ziekenhuis in afwachting van een uitslag. Er was nog hoop, al at ze niets meer. Als dit, dan dat, of wie weet zus of zo. Hoop. Daar hielden we ons aan vast, tegen beter weten in misschien.
Vanaf het moment dat het vonnis was geveld heb ik alles aan de kant gegooid om bij haar te zijn. De laatste momenten met mijn moeder. Alles werd betekenisvol, alles werd belangrijk. Elk afscheid, al was het alleen om snel thuis te gaan douchen, kon het definitieve afscheid blijken. Slapen naast haar in het ziekenhuis. Voor dag en dauw haar met bed en al het hele ziekenhuis doorrijden om de zon nog eens op te zien komen. De enige keer tijdens dit proces dat ik haar heb zien huilen. “Tranen van geluk,” zei ze, terwijl we precies op tijd waren om samen de zon achter de bomen op te zien komen.
Ik deed wat ik kon doen om het beter voor haar te maken, om het goed te doen, om mezelf later niets te hoeven verwijten. In het hospice werd het pijnlijker, zo ziek als ze was, zo taai was ze ook. Pas toen het vel strak over elk breekbaar botje in haar lichaam stond en ze allang niet meer bij haar verstand was, ademde ze haar laatste adem uit. Vijf weken nadat ze me belde met die ene zin.
Haar wassen en aankleden, de crematie, de muziek, de foto’s, de uitnodigingen, de administratie. Met alles dat ik in me had. Een maand later het uitstrooimoment. Met een boot in de gracht. En toen kwam het huis, haar kleren, haar spullen. Daarna die volle woonkamer, de volle eettafel. En mijn volle, overvolle hoofd.
Ik draaide een beetje door. Ik had haar hele leven ineens in kaart, blinde vlekken werden ingevuld, oude herinneringen kwamen boven. Ik moest hier iets mee. Een boek? Een podcast? Een zoektocht naar mensen die haar gekend hebben als jonge vrouw? Het slokte me helemaal op, ik wilde er iets mee, ik moest er iets mee.
Totdat er ineens een gedachte in mij opkwam…
‘Ik hoef hier helemaal niets mee. Ik mag gewoon de deksel op die doos zetten, en die doos achter in de schuur schuiven.’
Het voelde alsof er ergens diep vanbinnen, piepend en krakend, iets verschoof. Alsof een oud uurwerk, dat jarenlang had stilgestaan, met veel moeite weer een tik vooruit maakte.
Zoals ik de oude spullen van mijn dierbaren niet hoef te bewaken met mijn leven, hoef ik ook mijn hoofd niet te vullen met alles wat zij waren. Ooit, als ik zin heb, kan ik de dozen pakken.
Maar niet nu. Zeker niet nu.