Copywriter
13 jul 2026

En zo eindigde ik de dag met 3 dozen, 12 vuilniszakken, een schilderij dat ik niet meer in de auto kreeg en een ‘tot volgende week’. Het is mijn broer en mij niet gelukt om alles in een dag door te nemen.
Drie dozen met brieven, met aantekeningen, dagboeken, schetsboeken, foto’s, floppy’s, cassettebandjes en de hele jaren ’70-scheiding van mijn ouders. Compleet met de brieven die hij haar schreef, die zij hem schreef, overboekingen, voorwaarden en advocatencorrespondentie.
Mijn vader ‘was iemand’ in die tijd. Er werd gesteggeld over publicaties waaruit mijn moeder de verkeerde conclusies trok, persberichten die zouden worden verzonden en de belofte dat met een nieuw blad ook de alimentatie weer regelmatig overgemaakt zou worden. Mijn moeder stuurde haar advocaat een lijstje met misdragingen van mijn vader tijdens de weekenden dat we bij hem waren. Dat ik als vierjarige een slaappil nam die ‘zomaar los in het nachtkastje lagen’, dat mijn vader een gaspistool in huis had en het nodig vond om mijn broer mee te nemen naar de feestwinkel om nies- en jeukpoeder te kopen.
Met elke brief en elk notitieboekje dat ik open, wordt een vage of minder vage herinnering ingekleurd. Zie ik mijn moeder langzaam veranderen. Eerst weer in de moeder die ik mijn hele leven heb gekend. En daarna in een meisje dat ik nauwelijks herken.
Het agendaatje van toen ze 16 was en verliefd (verliefd!!) op mijn vader. Haar nieuwe handtekening als getrouwde vrouw oefenend. “Ik hou van Peti,”(Peti?!) staat er keer op keer geschreven. Ze hiéld van hem. Er was dus ook een tijd voordat ‘ze nu eenmaal moesten trouwen want ze was zwanger van mijn broer’.
Of het mooie bordeauxrode dagboekje waarin op 3 april 1971 staat geschreven: Suzanne geboren. Met een paar bladzijde verder een envelopje cocaïne tussen de bladzijden, dat bij openvouwen, gelukkig, mijn eerst geknipte haartjes blijken te zijn. Die eerste weken en maanden heeft ze elke dag iets geschreven. Over hoe het met mij ging, en hoe het met haar ging. En een jaar later over hoe verdrietig ze was dat mijn vader niet ophield met liegen.
En in een groot notitieboek beland ik patsboem in 1975. Ik lees flarden en losse gedachten over hoe ze de Rietveld Academy doorloopt. Een alleenstaande moeder van inmiddels drie kinderen, verwikkeld in een vechtscheiding. Naar liefde hunkerend, avonturen belevend, en vol grote gedachten over de kunst en het bestaan. Haar lange haren gingen eraf, haar meisjeskleren in de ban.
Vandaag ga ik de twaalf vuilniszakken door die nu in mijn woonkamer staan. Daar vind ik geen verrassingen. Alleen veertig dezelfde donkerblauwe Nike-truien, dertig dezelfde Levi’s-spijkerbroeken, vijftig dezelfde witte en blauwe T-shirts met lange mouwen en duizend paar ‘alleen bamboe’-sokken.
Dat langharige hippiemeisje dat zo dweepte met Peti, dat had ze dan wel heel diep begraven. Maar wel heel bewust op zo’n manier dat ik haar weer zou kunnen vinden.
Had ik haar maar veel eerder ontmoet.